Zelfbeoordeling period 1 2026
Doel: Je staat still bij jouw eigen ontwikkeling en gedrag binnen de period mijn leefomgeving. Je beoordeelt jezelf aan de hand van drie leerdoelen.
Wat weet en kan ik al?
Via het invullen van deze zelfbeoordeling ga je zichtbaar maken wat je al weet en wat je al kan. Daarna bepaal je (samen met de docent) vervolgstappen die nodig zijn om de leerdoelen die bij dit thema horen te behalen.
Hieronder zie je een overzicht van de succescriteria die voor dit thema zijn vastgesteld. Bekijk deze even vluchtig maar nog niet te uitgebreid. In de volgende stap ga je namelijk voor elk succescriterium jouw niveau beoordelen. Vervolgens beschrijf je jouw persoonlijke (ontwikkel)punten.
- In het antwoordveld beantwoord je de onderstaande vragen kort en eerlijk. Je hoeft niet uitgebreid te schrijven – een paar zinnen per vraag is voldoende. Denk daarbij aan: welke ondersteuning je verwacht, wat je nodig hebt om jezelf verder te ontwikkelen of wat jouw persoonlijke leerdoel is.
Wat weet je van je leefomgeving?
Denk aan ecologische, sociale en economische waarden.
Bijvoorbeeld: Hoe denk je nu na over de natuurlijke leefomgeving? Weet je dat een park meer is dan alleen een ontmoetingsplek? Hoe denk je na over geld en spullen?
Hoe heb jij samengewerkt in dit project, wat weet je van projectmanagment?
Bijvoorbeeld: Heb je initiatief genomen? Heb je goed afgestemd met anderen? Begrijp je waar projectmanagment over gaat?
Hoe heb jij gecommuniceerd?
Bijvoorbeeld: Durf je je vragen te stellen? Lukt het om een verslag te schrijven?
-
1.1 Je kunt ecologische-, socialeen economische waarden in eigen woorden beschrijven.(Beschrijving)
- Beschrijft alle drie de waarden in eigen woorden. Benoemt per waarde minimaal één kenmerk. Geeft per waarde een passend voorbeeld. Gebruikt de begrippen correct.
- voldoende: we hebben met het groepsproject samen erin gezet
- Beschrijft alle drie de waarden in eigen woorden. Benoemt per waarde minimaal één kenmerk. Geeft per waarde een passend voorbeeld. Gebruikt de begrippen correct.
-
1.2 Je kunt de relatie weergeven tussen ecologische-, socialeen economische waarden. (Relatie)
- Legt verbanden tussen de drie waarden. Geeft een voorbeeld waarin de waarden elkaar beïnvloeden. Laat zien dat keuzes gevolgen hebben voor meerdere waarden. Gebruikt een schema, model of uitleg om de relaties weer te geven.
- onvoldoende: ?? ik heb tussenopdracht 2 nog niet af
- Legt verbanden tussen de drie waarden. Geeft een voorbeeld waarin de waarden elkaar beïnvloeden. Laat zien dat keuzes gevolgen hebben voor meerdere waarden. Gebruikt een schema, model of uitleg om de relaties weer te geven.
-
1.3 Je kunt verschillende leefomgevingen met bijbehorende kenmerken benoemen. (Harde eis - Kenmerken)
- Benoemt verschillende leefomgevingen. Beschrijft per leefomgeving kenmerken. Geeft passende voorbeelden. Maakt onderscheid tussen de verschillende leefomgevingen.
- voldoende: ik heb er meerde benoemt
- Benoemt verschillende leefomgevingen. Beschrijft per leefomgeving kenmerken. Geeft passende voorbeelden. Maakt onderscheid tussen de verschillende leefomgevingen.
-
1.4 Je kunt de eigen leefomgeving(en) identificeren.(Identificatie)
- Herkent en benoemt de eigen leefomgeving. Beschrijft kenmerken van de leefomgeving. Onderbouwt waarom deze omgeving passend is. Gebruikt voorbeelden uit de eigen situatie.
- goed: ik heb mijn leefomgeving geindentificeert
- Herkent en benoemt de eigen leefomgeving. Beschrijft kenmerken van de leefomgeving. Onderbouwt waarom deze omgeving passend is. Gebruikt voorbeelden uit de eigen situatie.
-
1.5 Je kunt laten zien wat het effect van het eigen gedrag is op de leefomgeving. (Harde eis - Reflecteren)
- Benoemt eigen gedrag. Beschrijft gevolgen van dit gedrag voor de leefomgeving. Verbindt gedrag aan ecologische, sociale of economische waarden. Reflecteert op mogelijke verbeteringen.
- voldoende: ik heb de effecten op basis van ecomomische waarden opgenoemt in mijn verslag
- Benoemt eigen gedrag. Beschrijft gevolgen van dit gedrag voor de leefomgeving. Verbindt gedrag aan ecologische, sociale of economische waarden. Reflecteert op mogelijke verbeteringen.
-
2.1 Je kunt in afstemming met de opdrachtgever projectkaders opstellen. (Harde eis - Inventarisatie)
- Inventariseert wensen van de opdrachtgever. Legt afspraken vast. Beschrijft doel, randvoorwaarden en verwachtingen. Stemt projectkaders af met betrokkenen.
- onvoldoende: de wensen van de opdrachtgever stond niet bepaald duidelijk op zwartwit, ik moest meestal gokken op met wat de opdrachtgever wou
- Inventariseert wensen van de opdrachtgever. Legt afspraken vast. Beschrijft doel, randvoorwaarden en verwachtingen. Stemt projectkaders af met betrokkenen.
-
2.2 Je kunt projectdoelen SMART formuleren.(Harde eis - SMART)
- Formuleert doelen specifiek. Formuleert doelen meetbaar. Formuleert doelen acceptabel en realistisch. Benoemt een duidelijke termijn.
- voldoende: ik heb dit gedaan met mijn projectgroep
- Formuleert doelen specifiek. Formuleert doelen meetbaar. Formuleert doelen acceptabel en realistisch. Benoemt een duidelijke termijn.
-
2.3 Je kunt het project in verschillende projectfases indelen. (Projectfases)
- Benoemt projectfases. Plaatst activiteiten in de juiste fase. Beschrijft het doel van iedere fase. Toont logisch verloop van het project aan.
- goed: we hebben een gezamelijke excel planning
- Benoemt projectfases. Plaatst activiteiten in de juiste fase. Beschrijft het doel van iedere fase. Toont logisch verloop van het project aan.
-
2.4 Je kunt een activiteitenlijst voor het project opstellen. (Activiteiten)
- Benoemt benodigde activiteiten. De activiteiten sluiten aan op de projectdoelen. De lijst is volledig en overzichtelijk. Activiteiten zijn concreet beschreven.
- voldoende: dit was geen opdracht? waneer hebben wij een activiteitenlijst moeten maken??
- Benoemt benodigde activiteiten. De activiteiten sluiten aan op de projectdoelen. De lijst is volledig en overzichtelijk. Activiteiten zijn concreet beschreven.
-
2.5 Je kunt een projectplanning voor het project maken. (Project planning)
- Maakt een realistische planning. Benoemt belangrijke deadlines en mijlpalen. Verbindt activiteiten aan tijdsperioden. De planning is overzichtelijk weergegeven.
- voldoende: we hebben een gezamelijke excel planning. zo duidelijk gemaakt als kon, omdat wij niet vooruit kunnen kijken is het minimaal gebleven
- Maakt een realistische planning. Benoemt belangrijke deadlines en mijlpalen. Verbindt activiteiten aan tijdsperioden. De planning is overzichtelijk weergegeven.
-
2.6 Je kunt een taakverdeling voor je project maken. (Taakverdeling)
- Verdeelt taken over betrokkenen. Houdt rekening met kwaliteiten en verantwoordelijkheden. Taken zijn duidelijk beschreven. Taakverdeling is haalbaar en evenwichtig.
- voldoende: er zijn geen specifieke rollen gemaakt, maar iedereen viel well in zijn eigen rol. niet zoals idealistische opdracht, maar pragmatisch gedaan.
- Verdeelt taken over betrokkenen. Houdt rekening met kwaliteiten en verantwoordelijkheden. Taken zijn duidelijk beschreven. Taakverdeling is haalbaar en evenwichtig.
-
2.7 Je kunt een draaiboek opstellen. (Draaiboek)
- Beschrijft activiteiten stap voor stap. Benoemt taken, tijden en verantwoordelijkheden. Houdt rekening met benodigdheden. Het draaiboek is uitvoerbaar en overzichtelijk.
- onvoldoende: welk draaiboek? tf zijn deze vragen, we hebben nooit een draaiboek hoeven te maken?? we hebben dr mischien 1 keer van 30 minuten erover gehad en dat was het
- Beschrijft activiteiten stap voor stap. Benoemt taken, tijden en verantwoordelijkheden. Houdt rekening met benodigdheden. Het draaiboek is uitvoerbaar en overzichtelijk.
-
2.8 Je kunt een evaluatie van het project uitvoeren. (Harde eis - Evaluatie)
- Verzamelt feedback. Beoordeelt resultaten ten opzichte van de doelen. Benoemt verbeterpunten. Trekt conclusies voor een volgend project.
- onvoldoende: het project is nog niet eens af, ik ga niet voordat een groot stuk van het project af is een reflectie maken met de groep, dat is overbodige onzin.
- Verzamelt feedback. Beoordeelt resultaten ten opzichte van de doelen. Benoemt verbeterpunten. Trekt conclusies voor een volgend project.
-
3.1 Je kunt je communication afstemmen op de behoeften en verwachtingen van de betrokkenen. (Afstemmen communication betrokken)
- Herkent verschillende betrokkenen. Houdt rekening met behoeften en verwachtingen. Past taalgebruik aan de doelgroep aan. Controleert of de boodschap begrepen wordt.
- goed: dit ging gewoon goed, we werken zelf vooruit omdat we de opdrachten aan het negeeren zijn en al klaar zijn eigenlijk.
- Herkent verschillende betrokkenen. Houdt rekening met behoeften en verwachtingen. Past taalgebruik aan de doelgroep aan. Controleert of de boodschap begrepen wordt.
-
3.2 Je kunt je communicatievorm afstemmen op het doel van het project. (Harde eis - Passende communicatievorm)
- Kiest een passende communicatievorm. Licht de keuze toe. Stemt vorm af op doelgroep en doel. Gebruikt de gekozen vorm effectief.
- onvoldoende: ik kan de communicatievorm afstemmen op doel van de groep, niet het doel. het doel was vaag en we konden niet vooruit kijken.
- Kiest een passende communicatievorm. Licht de keuze toe. Stemt vorm af op doelgroep en doel. Gebruikt de gekozen vorm effectief.